Gebarentaal ten behoeve van dove & slecht horende (dyslectische) kinderen



De meeste mensen die doof geboren worden of die doof worden op heel jonge leeftijd ('vroeg-doof'), gebruiken bij voorkeur de Nederlandse Gebarentaal (NGT); het gesproken Nederlands kunnen zij uiteraard niet verstaan. Liplezen is geen oplossing, omdat teveel klanken, en daardoor woorden, er hetzelfde uitzien. In het onderwijs aan dove kinderen is de Nederlandse Gebarentaal de 'voertaal'. Bij contacten tussen dove mensen en mensen die de gebarentaal niet beheersen, kan een tolk ingeschakeld worden, die het gesproken Nederlands in Gebarentaal vertaald, en vice versa.

Een gebarentaal is een visueel-manuele taal, waarin begrippen en handelingen door middel van gebaren worden weergegeven. Het is een natuurlijke taal met een eigen lexicon en grammatica, die beantwoordt aan de communicatiebehoefte van een groep (in veel gevallen prelinguaal dove) mensen.

Dyslexie en doofheid kunnen ook samen voorkomen: bij dyslexie betreft onder andere het hebben van problemen met de relatie tussen spraakklanken enerzijds en geschreven of gedrukte letters anderzijds. Dus als je geen spraakklanken kunt waarnemen, zou leren lezen ook wel eens moeilijk kunnen zijn;

Dove kinderen hebben over het algemeen meer moeite met leren lezen dan kinderen zonder gehoorproblemen al hoeft dat niet meteen te betekenen dat ze ook dyslectisch zijn, omdat de gebruikelijke tests niet werken. Oftewel: dove kinderen kunnen dyslectisch zijn, zonder dat ze officieel dyslectisch zijn verklaard .

De Van Eeghenpraktijk gebruikt het medium gebarentaal om aan dove- en slechthorende kinderen op zowel basisscholen als voortgezet onderwijs bijles, begeleiding & ondersteuning te geven.