Sociaal- en emotionele ondersteuning

Sociaal- en emotionele ondersteuning:
Sociaal-emotionele steun is een vorm van persoonsgerichte steun, zoals empathie, luisteren, begrip, solidariteit, waardering of bevestiging, en levert een belangrijke bijdrage aan het persoonlijk welbevinden en daarmee aan een evenwichtige opvoeding & ontwikkeling.

Sociaal-emotionele ontwikkeling:
De sociaal-emotionele ontwikkeling is de ontwikkeling van een eigen persoonlijkheid, overeenkomstig met verwachtingen en gedragingen uit de sociale context. Bij de sociaal-emotionele ontwikkeling hoort onder andere het ontwikkelen van emoties, het zelfbeeld en het temperament van het kind. De sociaal-emotionele ontwikkeling is te splitsen in de sociale en de emotionele ontwikkeling. De sociale ontwikkeling omvat het krijgen van begrip voor andere mensen en het ontwikkelen van positief gedrag en vaardigheden ten opzichte van de medemens. Hier valt ook sociale cognitie onder. Dat wil zeggen dat het kind kennis heeft van omgangsregels en relaties tussen mensen. De emotionele ontwikkeling wil zeggen dat het kind leert om de gevoelens van zichzelf en anderen te begrijpen en om daar goed mee om te gaan. De sociaal-emotionele ontwikkeling is een van de vier ontwikkelingsgebieden, samen met de motorische ontwikkeling, de cognitieve ontwikkeling en de morele ontwikkeling.

Methodiek:
In de Van Eeghenpraktijk wordt onder andere gewerkt volgens de Kort Oplossingsgerichte Therapie (KOT). Binnen slechts enkele gesprekken biedt deze methode van hulpverlenen hulp bij verschillende hulpvragen.
Door middel van gerichte toekomstvragen, onder andere door het stellen van de schaal-vraag en de wonder-vraag, wordt men uitgedaagd en in staat gesteld zijn eigen krachten te gaan ontdekken en zo tot oplossingen te komen. Het gaat hierbij niet om de inhoud van de problemen, maar vooral om de doelen en de oplossingen. Deze gerichte vragen creëren een beeld, zodat men zich beter kan voorstellen en beschrijven wat de gewenste veranderingen zullen zijn in de toekomst. Hierdoor lijkt het alsof de problemen opgelost zijn en verschuift de aandacht naar een bevredigender leven.

Pesten & Sociale weerbaarheid:
In Nederland worden meer dan 385.000 kinderen en ruim 250.000 volwassenen bijna dagelijks gepest. Zij voelen zich niet prettig en niet veilig en worden buitengesloten. Ze vinden zichzelf niets meer waard, voelen zich onzeker en zijn meestal erg eenzaam. Vaak speelt pesten zich af buiten het gezichtsveld van anderen. Er kan fysiek of verbaal gepest worden. Iemand die gepest wordt zal dat niet zo snel aan anderen vertellen.
Reden hiervan kan zijn: de angst dat het pesten erger wordt of een schaamtegevoel. Vaak is pesten een groepsproces, waar meerdere personen bij betrokken zijn: de pester, de meeloper en het slachtoffer. De gevolgen voor degene die gepest wordt, kunnen traumatisch zijn. Om de sociale weerbaarheid te vergroten wordt er aan pestslachtoffers de training 'Sociale weerbaarheid' gegeven. Dit gebeurt zowel individueel als in groepsverband.

Faalangst:
Faalangst is de angst om te falen, tekort te schieten of om aan bepaalde verwachtingen van jezelf of anderen niet te kunnen voldoen.
Iedereen kent het gevoel wel van situaties waarin je een prestatie moet leveren die anderen moeten beoordelen. Dit kan zijn voor cognitieve taken, zoals bijvoorbeeld het maken van een proefwerk of een toets. Het kan zijn in een sociale situatie, bijvoorbeeld bij het houden van een spreekbeurt of in het contact met anderen. Het kan ook voorkomen bij sportbeoefening.
Wanneer je echter hinder ondervindt deze taken uit te voeren kan deze angst belemmerend zijn. De vrees om te mislukken staat centraal. Dit heet faalangst. Een aantal kenmerken van faalangst zijn: het uit de weg gaan van moeilijke situaties, slaapproblemen, bij een toetsing of beoordeling is er een onverwacht lage prestatie, clownesk gedrag, het neigen naar perfectionisme.
Om de negatieve faalangst spiraal te doorbreken wordt de training 'faalangst' gegeven, zowel individueel als in groepsverband. Het zelfvertrouwen wordt vergroot door het negatieve gedachten om te zetten naar realistische gedachten. Tijdens de bijeenkomsten worden door middel van rollenspelen situaties nagespeeld en geoefend.

Sociale Vaardigheden:
Hoe ga je met elkaar om? Hoe leer je vrienden maken? Hoe kom je voor jezelf op? Voor sommige kinderen / volwassenen is het moeilijk contact te maken met anderen. Het beginnen van een gesprek met anderen kan moeilijk zijn. Sommigen vinden het griezelig naar een feestje te gaan. Wanneer er iets gevraagd wordt durven ze geen antwoord te geven, omdat ze bang zijn dat anderen hen vast dom zullen vinden.
Tijdens de training sociale vaardigheden worden dit soort situaties nagespeeld en geoefend met als thema's : beleefdheid, assertiviteit, respect vragen en geven, complimenten geven en erop reageren en weerstand bieden aan groepsdruk.

Relatie ouder en puber:
De puberteit is een heftige periode in het leven van elk kind omdat puberen nu eenmaal gepaard gaat met stemmingswisselingen, emoties en intense ervaringen ofwel van intense prikkeling. Puberende kinderen zijn hierdoor echter ook een grote bron van prikkels voor ouders; ze zien zijn / haar ouder niet meer als beschermer. Het kind groeit zowel lichamelijk als geestelijk. Deze groei zorgt vaak voor een abrupt einde van de kindertijd en maakt deel uit van de overgang van kind naar volwassene: de puberteit is begonnen. Door deze veranderingen kan het gebeuren dat zowel de ouder als het kind niet goed weten om te gaan met deze nieuwe 'periode'. Het lijkt wel of je als ouder constant wordt uitgedaagd door de puber. De beleving van je kind is echter totaal anders dan die van de ouder waardoor er makkelijk conflicten ontstaan. De meeste ouders ervaren de puberteit als de zwaarste periode in de opvoeding van hun kind.
Om deze periode zonder al te veel conflicten te laten verlopen en meer begrip te krijgen voor de puberperiode wordt door middel van gespreksvoering met zowel de ouder als de puber geprobeerd tot afspraken te komen. Er wordt gestreefd naar een situatie waar de ouder en puber naast elkaar komen te staan in plaats van tegenover elkaar.

Angststoornissen bij kinderen:
Alle kinderen zijn weleens bang, dat is heel normaal. Angst is gezond en beschermt ons tegen gevaar. Bijvoorbeeld dat je weet dat je eerst goed moet kijken voordat je oversteekt. Dit heet gezonde angst. Maar soms hebben kinderen last van angst voor gevaar dat er niet is, bijvoorbeeld bang zijn om een onvoldoende te halen; bang dat er wordt ingebroken, terwijl alle deuren goed op slot zijn. Bang dat er enge monsters onder hun bed zitten. Dit heet overdreven angst. Als deze angst ervoor zorgt dat je leven minder leuk en makkelijk is, en vaak ook leidt tot slaapproblemen, is het tijd om de angst aan te pakken.
Met behulp van de methode: 'denken + durven = doen' leren kinderen om anders te denken. Vaak gaan kinderen situaties uit de weg waar ze bang voor zijn. In de bijeenkomsten leren kinderen om te gaan de bange gedachten te onderzoeken. Als deze bange gedachten niet blijken te kloppen, worden ze vervangen door gedachten die helpen hun angsten te overwinnen.